'Al het belangrijke uit mijn jeugd heb ik hier gezien'

'Al het belangrijke uit mijn jeugd heb ik hier gezien'

 

De plek van journalist Robbert Blokland (40) ‘bestaat niet meer’, zegt hij zelf. Nou ja, de plek is er nog steeds, maar het gebouw dat hij bedoelt niet meer. Bioscoop Metropole, op de hoek van de Carnegielaan, is een jaar of vijf geleden gesloopt. Robbert: “Nu staat er een appartementencomplex voor enorme yuppen, waar ze voor groot geld kunnen wonen.”

“Ik ging na school met mijn goede vriend Joris stiekem naar de bioscoop. Ik zat met hem op het Sorghvliet en om half vier waren we klaar, na het zevende uur. En om vier uur was er een voorstelling in Metropole. Nu heb je doorlopend voorstellingen, maar toen had je nog voorstellingen om 13.15, 16.00, 18.45 en 21.30 uur. Ik ging óf naar Metropole voor de serieuze films, óf naar Odeon voor hele slechte horrorfilms.” Waar betaalt hij dat dan van, als middelbare scholier? “Ik had een krantenwijk: ik liep De Telegraaf. Al dat geld ging op aan films. De bioscoopkaartjes kostten toen acht gulden of zoiets?” Even later: “Ik weet eigenlijk helemaal niet hoe het met Joris gaat.”

Het doet Robbert pijn dat ‘zijn’ bioscoop er niet meer is. “Het voelt alsof er een stukje van jouw jeugd is gesloopt. Dat gevoel heb ik nu nog steeds als ik erlangs rij. Ik klink nu misschien als een ouwe lul, maar ik ben veertig. En van pakweg m’n vijfde tot m’n achttiende ben ik daar elke week geweest.”

Hij ziet tot nu toe duizenden films, maar de films die hij beleeft in Metropole blijven hem het meeste bij, zegt hij een beetje melancholisch. “Mijn eerste James Bond, Back to the Future, Who Framed Roger Rabbit, Flodder, Sound of Music en Fantasia. Echt alles wat belangrijk was in mijn jeugd, heb ik gezien in Metropole.”

Dat komt ook door het feit dat Metropole in zijn gloriedagen een megabioscoop is, dus alle kaskrakers vertonen ze daar. Indertijd was het met duizend zitplaatsen zelfs de grootste bios van Den Haag. De term ‘megabioscoop’ heeft nu misschien een negatieve betekenis, maar toen zeker niet. “Het was echt een bioscoop waar je uitging. Dat heb je tegenwoordig niet meer: het is nu bij Pathé Spuimarkt bijvoorbeeld nog wel gezellig en je ziet een mooie film, maar je gaat niet meer echt uit. Het is een soort fabriek geworden. In Metropole waren de stoelen van rood pluche en je werd ontvangen door iemand die de deur voor je opendeed.” Robbert : “Het was een schitterend theater, ik snap niet dat ze het verkocht hebben."