'Dit is een onderschat en onontdekt park'

'Dit is een onderschat en onontdekt park'

Na haar studie journalistiek besloot Judith Eykelenboom (33) geen journalist te worden, maar schrijver. Dat vak leerde ze op de schrijversvakschool. Haar onlangs gepubliceerde debuutroman Biefstuk kreeg in de Volkskrant vier van de vijf sterren. Haar favoriete plek is het Huijgenspark, een plek die ook centraal staat in haar boek.

“Het huis met die erker, die je daar ziet, dat is het huis waar het boek zich afspeelt. Nummer 6”, zegt ze wijzend vanaf het bankje in het Huijgenspark. In het park geniet ze van de bomen. Vaak doet ze dat met een sigaretje op een bankje. Net als nu.

Terug naar het huis met de erker. “Toen mijn ouders het huis kochten, was het nogal een vervallen huis. Ik vond het heel metaforisch voor het boek om een huis te nemen dat uit elkaar valt, omdat het gezin ook helemaal uit elkaar valt. En dat huis ken ik goed. Want het is makkelijker om te schrijven over iets dat je kent”, weet Judith.

Waarom kiest ze voor haar ouderlijk huis als locatie in haar debuutroman? “Je neemt een huis in gedachten waar het verhaal zich afspeelt, maar het wordt ook anders. Want het is niet precies dat huis. Ik heb een tijdje in Frankrijk gewoond met mijn vriend, maar toen mijn relatie op de klippen liep, heb ik even bij mijn moeder gewoond. Dus toen was ik ineens in dat huis. Maar in mijn verbeelding was het een heel ander huis geworden. Heel gek.”

Judith kwam als kind al in het Huijgenspark. Ze groeit op aan de Stationsweg. “Daar!”, wijst ze, naar een huis verderop. “Op m’n twaalfde ben ik naar dat huis verhuisd. Als ik ging buitenspelen, was ik altijd hier. Je had toen veel meer bosjes. Je had destijds ook nog veel meer junks, die dan tussen de bosjes liepen. Dan ging ik met vriendinnetjes in de bosjes hutten bouwen en dan struikelden we ineens over een zwerver die daar lag. Of we zagen allemaal spuiten liggen…”

“Er was hier ook een soort ‘asfaltvierkant’: dat was een heel groot basketbalveld. En dat was met bosjes omgegeven. Toen ik twaalf was, heb ik samen met een vriendinnetje een rolschaatsclub opgericht. De kinderen uit de buurt gaven we rolschaatsles en voor alle ouders hielden we hier dan voorstellingen.”

De herinneringen zijn er nog, ook al ziet het park er nu anders uit. Het valt Judith op dat als ze tegen anderen over het Huijgenspark vertelt, zij helemaal niet weten waar ze het over heeft. “Terwijl ze er dan bijvoorbeeld elke dag langslopen, haha! Het is best een onderschat en onontdekt park. Maar door de festivals, zoals Carnivale en het Luchtkussenfestival, wordt het wel steeds bekender.”

"In deze buurt heb je echt allerlei culturen door elkaar. Daar op een bankje zitten moslims, daar heb je De Overkant, daar lunch ik vaak en daar zitten veel yuppen. Iedereen kan hier goed door elkaar leven. In andere steden is het veel gescheidener, zoals Amsterdam. Het centrum is daar vaak te duur voor minderheden. Hier is het centrum juist multicultureel. Dat is wat ik mooi vind aan Den Haag."