'In accenten ben ik een kei, maar Haags lukt me niet'

'In accenten ben ik een kei, maar Haags lukt me niet'

 

Actrice Anne-Marie Jung (1976) woonde met veel plezier in Rotterdam en Amsterdam, maar verhuisde tien jaar geleden naar Den Haag voor de liefde. Anne-Marie is bekend van Klokhuis, Wie is de mol? en André van Duin en ze geniet van de winkeltjes, de openheid en de tolerantie in Den Haag. Haar favoriete plek: het Anna Paulownaplein.

“Den Haag stond nooit zo op mijn radar, ik kwam er ook eigenlijk nooit. Geboren en getogen in Schiedam en Rotterdam, op mijn negentiende verhuisd naar Amsterdam omdat ik de Kleinkunstacademie ging doen. Toen ik verliefd op een Hagenees, moesten we op een gegeven moment toch de keuze maken tussen 020 of 070; het werd dus Den Haag. Ik ben iemand die het overal wel naar haar zin kan hebben, ik weet het overal wel gezellig en comfortabel voor mijzelf te maken. Dat is in mijn beroep haast noodzakelijk. Maar het duurt wel even voordat iets echt als thuis voelt.

Sinds een paar jaar voelt Den Haag echt als mijn thuis. Amsterdam werd mij ietwat te druk en dat gevoel werd sterker toen we over kinderen gingen nadenken. We wonen nu met veel plezier in de Zeeheldenbuurt. Ik ben heel erg een stadsmeisje; als ik dan toch in een grote stad woon, ga ik niet in een buitenwijk zitten. Alles is binnen handbereik: grote winkelstraten, het strand, parken. En heel veel nieuwe leuke ondernemers in gezellige volksbuurten. In de jaren negentig zat in de Anna Paulownastraat nog allemaal middenstand; mijn vriend Burt hielp mee de Grand Bazar op te zetten, het tegenwoordige Wicked Wines. Destijds was het de hipste tent van Den Haag en de eerste horecagelegenheid aan het plein.

Burt is een echte Hagenees en weet alle fijne plekjes in de stad te vinden. Het duurde wel even voordat ik echt begreep hoe het centrum en de stad in elkaar zaten; hij nam altijd allemaal sluipweggetjes zodat ik mijn gevoel voor richting helemaal kwijtraakte. Ik vind het ook heerlijk om door de stad te slenteren. Naar een museum, of naar de paleistuinen met z'n geheime gangetjes, of naar de haringkar bij het Binnenhof – toen onze dochter Sue een week oud was, was dat de bestemming van ons eerste wandeltochtje samen.

Couperus

Ik hou van de Zeeheldenwijk en de Archipelbuurt. Je voelt daar echt de historie van de stad, meer dan op andere plekken. Als je hier rondloopt, dan vóel je Couperus, dat statige. Ik hou van geschiedenis en van oude verhalen; als ik de mogelijkheid had, zou ik ook heel graag in het Den Haag van pakweg anderhalve eeuw terug willen wonen. Ik weet dat het geen goede tijd was voor vrouwen. Maar toch zie ik mijzelf wel heel gelukkig door die oude negentiende eeuw voortschrijden. Ik hou ook heel erg van het Panorama Mesdag; zodra je dat trappetje oploopt, voelt het even alsof je een tijdsprong hebt gemaakt.

Ik mis het soms wel om even gezellig bij vrienden langs te kunnen hoppen; onze meeste vrienden wonen in Amsterdam. Ik moest mij soms ook echt verdedigen toen ik besloot om te verkassen. Het is voor mijn werk vaak ook niet handig, want de tourbussen vertrekken altijd uit Amsterdam; ik moet vaak op eigen gelegenheid naar een theater toe reizen. En het Haagse accent is een grote frustratie voor me; dat is niet te doen! Ik heb jaren geleden de fout gemaakt een rolletje te nemen in de serie Seinpost Den Haag. Als ik dat terugkijk, kan ik wel door de grond zakken: wat was mijn accent slecht! Ik ben echt een kei in accenten, maar het Haags lukt me niet. Het neigt heel snel naar Rotterdams, mensen buiten de Randstad horen het verschil ook niet. Het Haagse accent lijkt heel plat, maar kent stiekem heel veel nuance, heel vreemd is dat.

Hip

Ik ben echt gelukkig hier, bevind mij in een gelukkige fase in mijn leven. Ik hou heel erg van de open sfeer in de stad. Niemand gedraagt zich opgefokt; zelfs de toeristen zijn beschaafd. Ik hou ervan om mij nogal expressief te kleden, maar iedereen doet daar opvallend normaal over. Dat had ik niet verwacht. De Zeeheldenbuurt schijnt een van de hipste buurten van het land te zijn. Maar ik heb daar nog nooit een Hagenees over horen pochen.”