Ivar LingenSwagsComment

'Die oma-stoelen zitten heerlijk'

Ivar LingenSwagsComment
'Die oma-stoelen zitten heerlijk'

 

De sopraan Donij van Doorn (1985) reist de wereld rond met André Rieu. Ze is geboren in Enschede, tijdens haar studie aan het Conservatorium van Maastricht woonde ze in de hoofdstad van Limburg, maar heeft nu haar hart verpand aan Den Haag. Haar favoriete plek in Den Haag: Swags.

“Dit is zo’n leuk pleintje. Het ligt een beetje beschut, waardoor niet iedereen hier massaal naartoe gaat”, zegt Donij. Op het terras van Scallywags in de Haagsche Bluf neemt ze plaats in ‘die grote oma-stoelen’, zoals ze de zitplaatsen zelf noemt. "Die zitten heerlijk." De sopraan komt er graag voor de huisgemaakte taarten. Met een vers sapje erbij.

Donij.jpg

Donij woont nu iets meer dan een jaar in Den Haag. Dat ze naar de stad aan zee is gekomen, is eigenlijk puur toeval, vertelt ze. “Mijn vriend woonde in Leipzig en ik in Amsterdam, dat hebben we vijf jaar lang op die afstand gedaan. Dat is echte liefde, haha. Op korte termijn wilden we samen iets vinden. Ik kwam vrienden van mij tegen en zij zaten in het huis van een zus dat moest worden verhuurd. Den Haag stond wel op ons lijstje als optie, maar we hadden er helemaal niet serieus naar gekeken”, zegt ze eerlijkheidshalve. “Het is een heel leuk huis, het heeft heel veel karakter. En de Weimarstraat is sowieso heel leuk, gezellig en knus.”

In korte tijd heeft Den Haag een plek in het hart van Donij veroverd. Hoe komt dat? “Vanaf mijn huis ben je heel snel bij het strand en de duinen. Dan ben je echt ‘buiten de stad’. Den Haag heeft ook heel veel charme, het is ook wat statiger. Amsterdam is wat kneuteriger.” Donij zegt er rap achteraan: “En we zijn de stad echt nog aan het ontdekken.”

Het laatste dat Donij in Den Haag heeft ‘ontdekt’, is Murphy’s Law aan de Doctor Kuyperstraat. “Dat is zo’n leuke jazz-tent! Ze hebben daar vijf keer per week live jazz. Ik ben er nu drie keer geweest. Ze hebben ook ontzettend veel whisky’s – waar ik ook heel veel van houd, haha!”

Donij ontmoette André Rieu tijdens haar studie in Maastricht. “Hij zocht met heel veel spoed iemand om in te vallen in het koor. Ik was toen derdejaarsstudent of zoiets. Ik geloofde het gewoon eerst niet toen ze belden. Ik dacht: yeah, right… Haha! Toen ben ik gaan auditeren en we hadden een heel goede klik. Meteen heeft hij mij meegenomen naar zijn kasteel met zijn auto, ik heb een contract getekend en toen zat ik ineens in de Efteling, voor de dvd-special die daar werd opgenomen. Het was echt een sprookje waarmee het begon. Daarna – ik studeerde nog en kon niet telkens een paar weken weg – probeerde hij mij voor de leuke tours over te halen. ‘Ga je mee naar Japan? Echt heel leuk, is maar anderhalve week. Kom op!’, zei hij.”

“Op een gegeven moment stonden we in Carré met Ivo Niehe en toen riep hij mij in de pauze bij zich en vroeg hij: ‘Luister, wil jij niet als mijn solo mee?’ Ik was denk ik drieëntwintig, vierentwintig. Ik dacht: poe, ja, gaaf! Van binnen sprong ik natuurlijk een gat in de lucht. Maar ik moest het regelen met school. Uiteindelijk was het een heel gave ervaring: ik mocht mee naar Amerika, voor een jonge sopraan, een jetlag, met een vol orkest daar zingen, voor zoveel mensen en iedere dag achter elkaar. Dat vond ik echt heel bijzonder.”

Daarna moest Donij een moeilijke keuze maken. “Ik kreeg een aanbod van de Opera Studio Nederland in Amsterdam. Ze hadden mij gezien in Maastricht en ze wilden mij heel graag hebben. Het is eigenlijk een heel selectief groepje mensen. Ik voelde me niet klaar om met André mee te gaan, want ik wilde nog zoveel leren. Opera is mijn grootste liefde: én een rol spelen én zingen. Dat is zo’n gave combinatie. Dus ik koos voor de Opera Studio in Amsterdam en daar scheidden onze wegen eigenlijk.” Voorlopig, althans…

Want drie jaar geleden belt de ‘koning van de romantiek’, André Rieu, Donij op. “Out of the blue belde hij mij vanuit Frankrijk: ‘Kun je morgen naar Frankrijk komen? Want ik heb een sopraan nodig.’ Ik zei dat ik morgen een voorstelling had – weet ik veel waar. ‘En overmorgen?’, vroeg hij. Maar ik kon niet. ‘Oké, kan je dan over twee weken mee naar China?’ Dat kon ik op zich wel, want het was maar een weekje. En het klikte gewoon als vanouds. Het was zó leuk. Ik stond op een ander level, waarbij het lekkerder was om met hem te werken. Ik was heel dankbaar dat het zo voorbij kwam eigenlijk.” Uiteindelijk lukte het Donij niet om mee te gaan op tournee naar China, omdat ze het visum op die korte termijn niet meer rondkregen. “En zo stonden we uiteindelijk in Oost-Europa (Praag) weer voor het eerst samen op de bühne”, vertelt Donij.

Van klassieke opera tot solist in de shows van André Rieu: Donij noemt het zelf ‘een heel andere manier van het omgaan met het vak’. Ze legt dat als volgt uit: “Ik ben getraind en voorbereid om drie uur lang een opera te doen en boven een orkest uit te zingen. De klassieke wijze dus. Dat is nu natuurlijk helemaal anders. Eén aria is van mij, ik heb daarnaast nog andere dingen met een andere soliste, maar een jetlag of vermoeidheid na vijf dagen concerten achter elkaar, dat is heel zwaar. En je hebt die vijf minuten maar om te knallen. Dus je hebt een heel andere mindset. Dat is heel verfrissend. Aan de andere kant mis ik het wel: ik doe in één jaar maar één stuk.”

Voor haar werk is ze ‘ontzettend veel weg’. Meestal is ze dan een paar weken van huis. “Het eerste wat ik doe als ik thuiskom, is naar het strand. Heerlijk, vooral na een vliegreis. Ik ben in Enschede geboren, heb in Maastricht gewoond, het strand is niet iets wat om de hoek lag. Nu is dat zo en dan denk ik: daar moet ik van genieten”, zegt ze met een glimlach.