'Alle groten van het Nederlands cabaret zijn hier ooit begonnen'

'Alle groten van het Nederlands cabaret zijn hier ooit begonnen'

 

Jasper van Kuijk (1976) is cabaretier, columnist en wetenschapper. Zijn carrière begon in elfmansformatie Delfts Blok; sinds 2006 staat Van Kuijk solo op het podium. Ook schrijft hij columns voor De Volkskrant, die onlangs zijn gebundeld. De cabaretier speelt zijn voorstelling Onder de streep op 2 december in Diligentia. Zijn favoriete plek in Den Haag is theater PePijn, waar hij aan het begin van zijn carrière vaak optrad.

“Ik ben geboren in Den Haag, maar heb er maar drie maanden gewoond, daarna verhuisden we naar Den Helder. Mijn vader was leraar Engels, en hij was altijd geïnteresseerd in nieuwe lesmethodes: in Den Helder was een school die les ging geven in open leslokalen. Binnen twee jaar waren ze allemaal toch ‘gewoon’ dichtgetimmerd.

Het was trouwens prima opgroeien in Den Helder. Mijn hele eindexamenjaar bestond eigenlijk uit avonden met kampvuren op het strand. Toen ik in Delft ging studeren en weer in Den Haag kwam, moest ik echt wennen aan die kermis op Scheveningen. Strand associeer ik met 300 meter door het duinzand ploegen, niet met een tweebaanssnelweg over de boulevard.

Maar Den Haag voelt toch als mijn roots. Het voelt als thuis, en datzelfde geldt voor dit theater. Ik woon nu in Delft: als ik in PePijn of Diligentia speel, pak ik de tram. Dat is een heel ander gevoel dan uren in de file staan voor een optreden. Den Haag is een prachtige, enorm uitgestrekte stad met heel veel gezichten. En het is niet druk, behalve dan op het Plein op donderdagavond. In Amsterdam is het áltijd vol en druk.

Eén kleedkamertje voor elf man

Mensen associëren Den Haag niet zo snel met cultuur. Dat is zo onterecht, want er is heel veel te vinden. Iedere dag van de week is is er zoveel te doen: dans, toneel, cabaret, zang. En dan heb ik het niet alleen over grote gevestigde namen. Er zijn ook talloze kleinere podia waar jong talent kan groeien of kan experimenteren.

Theater PePijn is zo’n bijzondere plek in Den Haag. Het is een theater met een geschiedenis, in 1964 opgericht door Paul van Vliet. Maar het is vooral een plek die voor mij persoonlijk belangrijk is. Het is de plek waar ik in 2001 de eerste try-out met Delfts Blok speelde, toen we deelnamen aan het Groninger Studenten Cabaret Festival. We hadden dat ene kleine kleedkamertje voor elf man. En we waren best zenuwachtig, dus stonden daar enorm te ruften. Ik zie ons nog tussen die twee gordijntjes klaar staan, overdwars, anders paste het niet: we waren heel blij toen het publiek zat, zodat we het podium op konden rollen.

Vijftien voetbalhaters

Na Delfts Blok heb ik hier in 2006 mijn eerste stappen gezet toen ik solo ging. Het is de huiskamer voor alle Nederlandse cabaretiers: je bent hier altijd welkom en kan hier altijd alles uitproberen. De avond van de halve finale EK, Nederland speelde tegen Rusland. Er zaten vijftien mensen in de zaal, vijftien voetbalhaters die heel bewust een kaartje hadden gekocht voor drie jonge, onbekende cabaretiers die elk een halfuurtje speelden. We hebben een topavond gehad – en daarna renden we snel naar de Denneweg om het laatste stukje van de wedstrijd te zien.

Ik reken mijzelf zeker nog niet tot dit rijtje. Maar alle groten van het Nederlands cabaret zijn hier ooit begonnen: Youp, Herman, Jochem, Theo. En allemaal blijven ze terugkomen. Hoe succesvol je ook wordt, je onthoudt altijd de eerste theaters die jou een kans gunden. En PePijn heeft in die categorie een unieke reputatie en positie.”