'Ik ben verliefd op de Lourdeskerk'

'Ik ben verliefd op de Lourdeskerk'

 

 

Karel de Rooij (1946) is een van de bekendste Haagse artiesten van de twintigste eeuw. Samen met zijn partner Peter de Jong vormde hij tientallen jaren lang het wereldberoemde duo Mini & Maxi. Nu begeleidt De Rooij vooral jong talent. Zijn favoriete plek in Den Haag: de Lourdeskerk.

“Ik ben verliefd op de Lourdeskerk, een oude kapel in hartje Scheveningen. De kerk is aan het begin van de twintigste eeuw gebouwd. De vorm is heel bijzonder: het dak is gevormd als een omgekeerd schip. Tot 2005 deed het gebouw dienst als kerk. Tegenwoordig is een het buurtcentrum en een podium voor allerlei culturele activiteiten.

Het is mijn grote droom om hier een vast varietétheater van te maken. Den Haag is een stad die van oudsher een enorme varietétraditie kent. Het bombardement van Rotterdam dreef alle kunstenaars uit die stad naar Den Haag, wat na de oorlog een enorme culturele boost gaf. Maar de afgelopen decennia is dat weer verloren gegaan. Ik zie een plek voor me waar een internationaal publiek welkom is, een podium met veelal woordenloze voorstellingen waar ook expats van kunnen genieten. Voor die grote groep Hagenaars is nu nauwelijks iets te beleven op cultureel gebied. Ja, je kan naar het Residentie Orkest of naar het NDT - maar wat nou als je niet van klassieke muziek of ballet houdt?

Deze kerk biedt zo onvoorstelbaar veel mogelijkheden. Je kan met een trapeze de lucht in, je kan ligstoelen neerzetten voor een voorstelling in de nok van het gebouw. Je kan er een drive-in-show maken voor scootmobiels – de ingang en de ruimte zelf zijn breed genoeg. De vorm van theater die Peter en ik ook maakten vroeger, maar dan uitgevoerd door de nieuwe generatie.

Alleen het geld ontbreekt om zo’n project te subsidiëren, de enige vorm waarmee je het toegankelijk kan maken voor een groot, breed publiek. Of althans, er wordt geen geld meer voor dat soort dingen uitgetrokken. Wat ik raar vind, want dat aspect hoort óók bij een stad van vrede en recht. Ik mis die lef tegenwoordig in Den Haag. Ik ben de laatste om mijn stad af te vallen – er is geen mooiere stad op aarde. Ik zou voor geen goud willen verhuizen. Toen Mini & Maxi groot werd, zei iedereen dat we naar Amsterdam moesten komen. Waarom zouden we dat doen? Amsterdam is geweldig voor een paar uur. Maar het benauwt me op den duur toch. Den Haag is een geweldge woonstad. Het biedt ruimte, biedt vrijheid. Ik heb hier alles op loopafstand wat mijn hart begeert: strand, duinen, bossen.

Maar op cultureel gebied hebben we geen flauw benul wat we allemaal in huis hebben. Zaken die zich al tientallen jaren bewezen hebben, worden weggegooid alsof het oude schoenen zijn. North Sea Jazz komt nooit meer terug, Toneelgroep De Appel laat de gemeente in de kou staan. Ik ben de laatste die zegt dat je artiesten moet vereren, optreden is ook maar een vak. Maar iets meer respect en iets meer waardering is geen overbodige luxe. De politiek in om daar dingen te veranderen? Nee, daar ben ik niet geschikt voor. Ik ben een maker. En ik zal tot mijn laatste snik blijven vechten om Den Haag niet te laten veranderen in een culturele woestenij.”