'De Blinkerd staat symbool voor mijn fijne jeugd'

'De Blinkerd staat symbool voor mijn fijne jeugd'

 

Kay Greidanus is acteur en speelde op zijn achtste al in de film Kruimeltje. Ook was hij te zien in de serie Bloedverwanten en het toneelstuk War Horse. Kay is de zoon van acteur Aus Greidanus sr. en actrice Martine de Moor, en groeide op in Den Haag. Zijn favoriete plek in de stad is het dak van zwembad De Blinkerd.

“De herinneringen die ik aan Den Haag heb, zijn eigenlijk best gedateerd. Ik woon er inmiddels een jaar of zeven niet meer, maar voor mijn gevoel is het veel langer geleden. Ik verhuisde op mijn zeventiende naar Maastricht voor de Toneelschool en daarna ben ik in Amsterdam gaan wonen. Dat is toch de plek waar het voor acteurs allemaal gebeurt; daar zijn veel gezelschappen, daar zijn veel audities. Dat voelt tegenwoordig veel meer als mijn 'thuis' dan Den Haag.

Ik ben sowieso iemand die een beetje meezweeft met de plek waar hij is. Ik kan me aan een plek hechten, maar ik kan die plek ook weer heel snel loslaten als ik moet verkassen. Dat heeft wel als voordeel dat ik nooit het gevoel heb dat het ergens anders leuker is, of dat het gras elders groener is.  Al voel ik mij wel heel erg een Nederlander; als ik na een lange vakantie terug ben op Schiphol, voel ik mij wel heel erg thuis.

Cultuur en acteren zit in mijn familie; zowel mijn vader als mijn moeder als mijn grootouders zitten in het vak. Dus spelen was niet iets dat ik moest leren ontdekken op school; het was er eigenlijk altijd al in mijn leven. Ik bevond mij altijd in de buurt van Kunst, zat middagen lang in de kleedkamer van het Appeltheater waar mijn ouders werkten tussen de mensen die zich schminkten of verkleedden. Vaders van andere kinderen waren accountant, die van mij was acteur; voor mij was het de normaalste zaak van de wereld. Ik realiseer mij nu pas hoe bijzonder dat eigenlijk is geweest; als kind sta je daar nooit echt bij stil.

Ik ben opgegroeid in Scheveningen; dat vond ik wel geweldig. Ik heb een ontzettend leuke jeugd gehad hier. We waren altijd buiten, dat is een situatie die ik me in Amsterdam niet goed kan voorstellen: we gingen naar het strand, we gingen skaten. Ik denk dat terugkeren naar Den Haag ook wel een optie is als ik zelf ooit kinderen zou krijgen.

Rond mijn vijftiende begon ik te muiten. Er gebeurde voor mijn gevoel veel te weinig in Den Haag. De wijk waar ik vroeger zo blij van werd, leek opeens saai en leeg. Dat lag vermoedelijk niet alleen aan Den Haag, maar ook aan het feit dat school en ik niet echt klikten. Leren was niet mijn ding en ik was best onzeker. Ik viel niet echt op op de middelbare school en worstelde erg met de vraag wat mijn plek in het leven zou moeten zijn. Dat is nu allemaal voorbij; ik weet inmiddels wat ik leuk vind en wat niet. Die onrust heeft mij best dwars gezeten.

Ik wilde in eerste instantie vooral iets anders gaan doen dan mijn ouders: niet dat theater in! Ik ging nog best veel om met mijn vrienden van vroeger in die periode. Maar ik was nooit zo fanatiek met surfen en ravotten en skaten als zij. Ik peddelde wel mee, maar vond het ook vooral koud. Ik was meer de dromer die een beetje voor zich uit stond te mijmeren. Ik blowde wat, verkocht mijn surfboard, kocht een scooter.

Maar opeens viel toch het kwartje. De nieuwe vrouw van mijn vader, Saskia Mees, had een toneelgezelschap met jongerentrajecten opgericht en vroeg of ik een keertje wilde komen kijken. 'Misschien vind je het wel leuk.' Dat was zo en ik schreef mij in bij Maastricht. Daarna kwam het allemaal opeens in een stroomversnelling.

Aan zwembad De Blinkerd koester ik dierbare herinneringen. Hier klommen we in die rusteloze periode best vaak op het dak; er stonden nog geen grote hekken, en als je eenmaal op het dak zit, ben je vanaf de straat amper te zien. We konden ons hele domein en ons hele leven overzien en voelden ons bijna koningen: het skateparkje, het strand, het bos. Voor mij is De Blinkerd het symbool voor de fijne jeugd die ik hier heb gehad, voor het altijd buiten zijn. Jong zijn hier in Den Haag is een ervaring die ik nooit zal vergeten en die mij vermoedelijk meer heeft gevormd dan ik zelf durf toe te geven.”