'Ik droom in het Haags'

'Ik droom in het Haags'

 

Op vijftienjarige leeftijd begint Malika Chtatou (28) als jongerenambassadeur aan haar maatschappelijke carrière. Haar interesse in de samenleving heeft ze sindsdien nooit meer losgelaten. Ze maakte voor radiozender FunX vele reportages, was onder andere vicevoorzitter van de landelijke netwerkorganisatie stichting Tans en was de mede-ontwikkelaar van Oumnia Works, een vernieuwend educatief empowermentprogramma dat door en voor (moslim-)moeders is ontwikkeld. Haar favoriete plek in Den Haag: de trappen bij het Spuiplein.

Als FunX-verslaggever moet ze wekelijks twaalf reportages maken. “Het was zo’n zomerse dag en ik had echt geen idee waar mijn reportages over zouden moeten gaan. Dus ik dacht: ik ga gewoon de straat op en dan zie ik het wel. Ik kom vast iets tegen.” Malika stuit bij toeval op een groep jongeren op het Spuiplein.“Volgens mij moest ik een formulier inleveren op het stadhuis en toen zag ik heel veel jongeren hier zitten. Ik zag ze wel eens skateboarden hier. Dus ik wilde gewoon eens checken: wat doen zij hier altijd op die trappen?”

“Het was zomer, dus ik had zo’n bloemetjesjurk aan. Maar deze jongeren waren op alle manieren anders. En ook echt wilden uitdragen dan ze anders waren. Dus: groen haar, punk, noem het maar op. Ik weet nog dat ik hier aan kwam lopen en hen zag kijken: wat komt ze doen? Ik zocht naar het aardigste gezicht in het publiek – om het maar even zo te zeggen. Toen zag ik een jongen zitten die een beetje alleen zat. En vanaf dat moment ben ik gewoon gesprekken gaan voeren. Ik vroeg hem: wie zijn deze jongeren? Er kwam niet heel veel uit. Maar hij antwoordde: ‘Dit zijn allemaal jongeren met een verhaal.’ En ik dacht: oh, beste antwoord ever!”

“Ik kon die dag geen reportage maken, dus ik vroeg wanneer ze hier weer zouden zitten. Toen was het antwoord: ‘Altijd.’ Toen ben ik er in gaan investeren. Zo kwam ik erachter dat zij zich echt de outcast van Den Haag voelen. Via die jongen met het aardigste gezicht leerde ik steeds meer mensen kennen. Hij was misbruikt door zijn vader. Hij had zelfmoordpogingen gedaan. Eentje was dakloos, hij was een zwerfjongere. Toen dacht ik: fucking weird eigenlijk. Dáár is het stadhuis”, wijst ze. “In raadscommissies hebben ze het wel eens over deze jeugd. Maar ze zitten híer! Je kijkt uit je raam en je ziet ze. Die verhalen waren zo wreed, dat vergeet ik nooit meer.”

“Ik heb heel veel tijd met ze doorgebracht. En over die trap: ik hoop dat hij blijft. Want die herinnert eraan dat we allemaal kunnen klagen en zeiken, maar er zijn mensen in onze stad – jong of oud – die echt de hulp nodig hebben van anderen, omdat ze anders als de outcast van Den Haag worden gezien. De een zegt dat ze overlast gevend zijn, de ander zegt dat het gewone jongeren zijn.”

Zou Malika de stad ooit verlaten? “Nee”, klinkt het een stuk of tien keer achter elkaar. “Ik ben geboren en getogen in Den Haag. Ik zou sowieso niet in een andere stad in Nederland kunnen wonen. Ik ken de plekken hier, ik ken de verhalen en daardoor heb ik een soort verantwoordelijkheidsgevoel. Doordat ik het geluk heb gehad om het allemaal te zien, die verhalen aan te horen, voel ik me soort van verantwoordelijk. Omdat ik mee wil doen en niet aan de zijlijn wil staan. Dat klinkt misschien zo politiek, maar ik heb echt het idee dat ik het verschil kan maken. En de jongeren op deze trap hebben wel hun verhaal aan mij toevertrouwd.”

“Den Haag is gewoon mijn thuis. Ik droom in het Haags. Ik leef in het Haagse. Ik werk in het Haagse. Nederland is zo prachtig, maar neem een Schoorl: is ook hartstikke mooi, maar ik kan me niet voorstellen dat ik daar ga wonen. Ik krijg er wel warme gevoelens bij, maar het is niet m’n thuis.”