'Als je met je band wil oefenen, kom je automatisch bij Musicon uit'

'Als je met je band wil oefenen, kom je automatisch bij Musicon uit'

Marcel Harteveld (1984) brak door als onderdeel van het cabaretduo Harteveld & Fretz. Tegenwoordig werkt hij vooral als acteur, onder meer in de hitmusical Soldaat van Oranje. Ook speelt Harteveld in december solo een kerstvoorstelling in Theater Pepijn. Zijn favoriete plek is Musicon, waar hij vroeger veel muziek maakte.

“Ik heb maar elf jaar officieel in Den Haag gewoond; daarna verhuisden we naar Rijswijk. En toen ik klaar was met school ben ik in Amsterdam gaan wonen vanwege de kleinkunstacademie. Op het IMC in Rijswijk had ik met een paar klasgenoten een bandje opgericht. We speelden toentertijd covers van Foo Fighters, Green Day en Three Doors Down, dus dat móest natuurlijk hard, snoeihard. Dit betekende concreet dat we van geen van onze ouders thuis mochten repeteren.

Tieners die met hun band willen oefenen, komen eigenlijk automatisch bij Musicon uit. Er zijn een flink aantal geluidsdichte hokken, er staat apparatuur en een drumstel - vijftien jaar geleden waren die in beton gegoten en met kettingen vastgeketend aan de muur om te voorkomen dat mensen er mee vandoor gingen. Vroeger betaalde je, als je met z’n drieën was, een tientje de man per avond. Je belde voor een reservering, en dan werd je naam opgeschreven in een mooie papieren map. Musicon is een begrip in Den Haag; vroeger gaf Cesar Zuiderwijk hier boven drumlessen. Het podium is tegenwoordig veel breder actief. Zo heeft Musicon op het festival Parkpop een eigen podium, waar jong Haags talent mag optreden.

Ik kom best uit een muzikaal gezin; de radio stond altijd aan en iedereen zong mee. Ik had vroeger altijd een beeld in mijn hoofd van mijzelf op een podium, heen en weer rennend met een gitaar. Maar het duurde best lang doordat ik die droom die ik had durfde te erkennen. Met ons bandje, dat we De Perenijsjes hadden gedoopt, schreven we ons pas in het eindexamenjaar in voor een open podium. We speelden wel elke week, maar het was lange tijd blijkbaar een enorme drempel om dat ook voor publiek te doen.

Mijn muzieksmaak is inmiddels veranderd; na de middelbare school werd ik Springsteen-fan. En via de kleinkunstacademie rolde ik meer de cabarethoek in. De teksten en de toon werden gevoeliger, al ben ik in mijn hart nog steeds een popartiest; in de nabije toekomst moet er weer een soort rockplaat komen. Ik speel nu een aantal maanden in de musical Soldaat van Oranje; dat is elke avond flink aanpoten. maar het biedt me wel de kans om overdag aan andere projecten te werken.

Het is vreemd hoe dat loopt met oude vrienden; die zijn inmiddels allemaal ambtenaar, hebben een gezin en dus geen tijd meer om in bandjes te spelen. Dat was de weg waar ik in eerste instantie ook voor had gekozen, met een studie informatica. Daar doe ik nu niets meer mee, uit principe - die weg heb ik heel bewust afgesloten. Van dat jaartje op de Haagse Hogeschool herinner ik mij vooral dat er scenes van de Amerikaanse thriller Mindhunters werden gedraaid; landde er in een tussenuur opeens een helikopter op het plein.

Ik noem mezelf nog steeds Hagenaar, al woon ik er ruim twintig jaar niet meer. Op Facebook krijg ik daarover altijd kritiek van mensen die er nog wél wonen. Ik denk er toch ernstig over om terug te komen; ik denk na over het kopen van een huis, dat is in Den Haag beter te doen dan in Amsterdam. Deze stad past méér bij mij. Amsterdam is elk moment van de dag spannend, maar ook erg incrowd. In Den Haag loop je ergens binnen en is het meteen gezellig.”