'De Bok is een soort verlengde van je huiskamer'

'De Bok is een soort verlengde van je huiskamer'

 

Hij is de enige van de jonge generatie modeontwerpers in Den Haag: Michael Barnaart van Bergen (33). Zijn werk wordt alom geprezen. Een jurk van zijn hand werd zelfs opgenomen in de collectie van het Gemeentemuseum. Zijn favoriete plek in Den Haag: eetcafé De Bok aan de Papestraat.

“Mijn eigen collectie is vrij grafisch en helder”, vertelt Michael. Hij neemt een slok van zijn Spa rood. Om zich heen kijkend in het café, zegt hij: “Dit is het tegenovergestelde, qua inrichting. Het is niet bepaald minimalistisch. Het is wel fijn om uit ‘mijn wereld’ te ontsnappen.”

Portret Michael.jpg

De modeontwerper ziet ook gelijkenissen tussen De Bok en zijn eigen winkel, die er schuin tegenover zit: “Je kan het ook wel met elkaar vergelijken, want het is hier ook heel persoonlijk. Aan de muur hangen veel foto’s van Den Haag, met een voorkeur voor trams. En de porties zijn hier altijd enorm. Rachel, de eigenaresse, zegt ook altijd: ‘Als je ergens zit te eten en je vindt het lekker, dan zou je eigenlijk nog een extra hapje willen. Dat doen wij dan van tevoren al erbij.’ Ik probeer dat zelf ook altijd te doen: iets meer service geven dan dat mensen verwachten. Ik denk dat het ook wel tekenend is voor de Papestraat: er zijn heel veel zelfstandige winkels zijn die iets persoonlijks hebben.”

Ongeveer twee jaar geleden kwam hij voor het eerst in De Bok, met zijn vriend en schoonmoeder. “Ik was eigenlijk direct verkocht. Ik had op Facebook gezet dat ik iets leuks had ontdekt, maar vervolgens bleek dat iedereen dit al kende – behalve ik…” Inmiddels is Michael een graag geziene gast in het café: “Het is een soort verlengde van je huiskamer.”

De modeontwerper van Den Haag

Michael, geboren in Alkmaar, komt bij toeval in Den Haag terecht. “In januari 2007 ben ik in Den Haag beland door een stage bij een modefotograaf. Ik had verder alleen een keertje op het Binnenhof gestaan, tijdens een gezellig schooluitje. Ik ben getroffen door de toegankelijkheid, het strand. Misschien zijn het allemaal een beetje clichés, maar voor mij maakt het een stad compleet. Den Haag heeft alles.”

Tijdens en na zijn stage woonde hij hier wel, maar was hij qua werk heel erg gericht op Amsterdam. “Ik sprak met Frits Huffnagel, de toenmalige wethouder van citymarketing. Ik vertelde hem dat ik op zoek was naar een atelier. Hij vertelde dat er hier zoveel gebeurde, zoals broedplaatsen in bedrijfsverzamelgebouwen. Toen dacht ik: misschien is het eigenlijk helemaal niet zo gek om hier iets op te bouwen.”

Dat gaat sneller dan verwacht. De gemeente zou het leuk vinden als Michael een mode-pop-up winkel zou beginnen. Zijn oog valt op een pand aan de Papestraat. “Als ik in interviews de vraag kreeg waar ik mijzelf over tien jaar zie, dan antwoordde ik altijd dat ik een winkel in Den Haag wilde en dat ik dan erachter of erboven zou willen wonen. Toen ik dit pand zag, was ik meteen verkocht. Die pop-up shop zou dan oktober, november en december geopend zijn. Maar ik merkte al heel snel: ik kan hier wel vast gaan zitten.” Zo gezegd, zo gedaan. “En in maart 2012 woonde ik er ook.”

Op modegebied is Den Haag vrij traditioneel, maar wel in de goede zin van het woord. “In Den Haag willen vrouwen altijd de rokken nét ietsjes langer hebben dan de vrouwen in Amsterdam, Utrecht of whatever.” En nog een opvallend feitje: “In Den Haag gaan ook stellen vaker samen winkelen. In andere steden zijn het vaak vrouwen of vriendinnen, dan gaat de man niet mee.”

Wat Michael ook opvalt, is dat hij in de Nederlandse modewereld altijd wordt aangeduid als ‘Haagse ontwerper’. “Mensen zeggen dat er vaak bij, alsof het iets afwijkends is. Op de Amsterdam Fashion Week, een modefeestje of een bijeenkomst van Vogue of whatever, dan zeggen ze: ‘De Hofstad is ook gearriveerd.’ Dan ben je een soort van symbool voor een stad. Zo van: die is ook binnen, haha! Den Haag is gearriveerd in Amsterdam.”