'Den Haag krijgt beter een eigen smoel'

'Den Haag krijgt beter een eigen smoel'

 

Pierre Wind (1965) is de bekendste en leukste kok van Nederland. Hij presenteerde op televisie een aantal kookprogramma's en schreef talloze boeken zoals Lekkâh! Ook verzorgt Wind de menu's in de succesvollle HoftrammmZijn favoriete plek in Den Haag: de radiostudio van Omroep West.

 “Ik ben een ras-Hagenees: ik ben hier geboren en getogen, en ik ga hier vermoedelijk ook dood. Ik denk oprecht dat de stad of regio waar je vandaan komt in je DNA zit; je hoort, voelt en merkt het meteen als je met een mede-Hagenees staat te praten. En dan maakt het niet uit of iemand inmiddels twintig jaar weg is uit de stad. Je proeft in gesprekken meteen soort affiniteit en liefde voor de stad. Vroeg of laat keren de meeste Hagenezen toch weer terug naar hun eigen stadje."

"Den Haag is een geweldige stad die al sinds de stichting in een identiteitscrisis verkeert. Den Haag wil dolgraag een stad zijn, maar uiteindelijk is het nog steeds een dorp - officieel hebben we nooit stadsrechten gekregen. Die tweestrijd zie je in zoveel dingen terug: we willen graag de hoofdstad zijn, maar zijn het niet. We willen graag wat stouter zijn dan anderen, maar weten dat verlangen niet zo heel goed vorm te geven. Hoewel Den Haag de laatste tien jaar wel beter een eigen smoel krijgt. We durven eindelijk te laten zien dat wij er óók mogen zijn, de marketing van de stad is een stuk beter geworden. Dat zit in kleine dingen, zoals de profilering als stad van vrede en recht. Of het bordje 'The Hague Beach' onder Scheveningen plakken. We durven eindelijk uit te komen voor de dingen die écht bijzonder zijn aan ons."

"Je moet nooit teveel naar anderen kijken; dat is ook mijn motto tijdens het koken. Als je kijkt naar wat anderen al gedaan hebben, word je daar te veel door beïnvloed en sta je je eigen innovatie in de weg. Ik krijg altijd veel meer inspiratie door mij te verdiepen in materie die helemaal niets met koken te maken heeft, dan krijg ik veel betere ideeën. Hoe dat gaat? Ik kijk nu naar een autoband. Dan ga ik denken: wat kan ik daar in culinair opzicht mee? De vorm van een wiel is bijzonder – wat nou als ik een bord gebruik in de vorm van een wiel, met allemaal vakjes? En hoe smaakt een wiel, naar rubber – ken je lapchang souchong? Dat is een Chinese zwarte thee die naar rubber smaakt. Wat zou ik daar bij kunnen bedenken? Wat is de tekstuur van rubber, in welk voedsel vind ik die terug? Als je zo te werk gaat, krijg je automatisch een gerecht dat nog nooit eerder door iemand is bedacht. Ik wil niet kopiëren, dat is iets voor het kopieerapparaat, niet voor een kok."

"Als mijn favoriete plek in Den Haag heb ik gekozen voor de studio van Omroep West. Ik heb vijf jaar lang elke woensdagochtend hier het programma Debbie en haar Mannen gedaan; Debbie presenteerde en ik mocht dan de stoorzender zijn. Dat is een functie die mij prima ligt, maar helaas was het programma te duur en moeten we vanwege de bezuinigingen stoppen. Ik hou enorm van radio en televisie maken. Het lijkt heel erg op koken: je begint met een wit, leeg papier en dan ga je proberen daar iets heel erg moois van te maken. Die passie zit er al van jongs af aan in; op de Zeevaartschool, waar ik een blauwe maandag op heb gezeten, had ik mijn eigen radiostationnetje. Ik had een bereik van twee kilometer, maar wél luisteraars. Het ging heel provisorisch, met een kastje met een athenne op mijn kamertje met allemaal pickups – computers bestonden toen nog niet. Alles ging mis. Maar ik vond het geweldig om te doen, en die liefde is nooit echt gedoofd.”