'Het Plein is het leukst op vrijdagmiddag'

'Het Plein is het leukst op vrijdagmiddag'

 

Reynier Burnaby Lautier (24) is een van de beste ballroom-dansers van Europa. Hij behoort met zijn danspartner tot de top 3 van Nederland en eindigde bij de laatste 100 op Blackpool, het grootste toernooi ter wereld. Zijn favoriete plek in Den Haag: het Plein.

“Laat ik eerlijk zijn: ik heb nooit een heel hoge pet opgehad van Den Haag - tót ik er kwam wonen. Ik weet niet precies waar dat aan ligt; ik denk toch dat de stad worstelt met een relatief saai imago. Dat is zó onterecht, want het is een parel. De sfeer is goed, de mensen zijn aardig. En in tegenstelling tot Amsterdam ziet het er nog niet zwart van de toeristen; er is in het centrum altijd wel een plekje vrij op een leuk terrasje waar je kan gaan zitten. Je hoeft niet van tevoren te bedenken welke plekken je echt moet mijden, omdat je daar wordt overspoeld door dronken Britten of bussen vol Chinezen.

Reynier Burnaby Lautier portret.jpg

Voor studenten uit Delft is Den Haag de ideale uitwijkplek als je eindelijk écht gaat studeren. Ik woonde een paar jaar in een verenigingshuis, maar daar moet je op een gegeven moment echt weg, ook voor jezelf. Als je iets serieuzer wordt als student, dan moet je daar ook je behuizing op aanpassen; dan kan je niet meer midden in de nacht door het jonge grut worden wakker gebrald, omdat ze willen vertellen wat een leuke avond ze op de vereniging hebben gehad. Binnen Delft is er eigenlijk niets fatsoenlijks te huur, dus beland je dan al snel in Rotterdam of Den Haag.

Ik heb nu een huisje in het Laakkwartier, al moet ik eerlijk zeggen dat ik er relatief weinig ben. Ik ga afstuderen, ik run een investeringsfonds, ik reis veel, ik heb jarenlang op hoog niveau gedanst en geef nog steeds veel dansles. Maar als ik een uurtje vrij heb, voel ik me ontzettend thuis in Den Haag. Het centrum is eigenlijk heel compact; alle belangrijke plekken bevinden zich op fietsafstand. Ik ga vaak naar Sportcity achter HS, of ga naar het Plein om daar met vrienden af te spreken.

Barlow is mijn favoriete kroeg; het voelt een beetje als mijn huiskamer. Het is voor mijn gevoel het enige café in het centrum waar fatsoenlijke mensen zitten, maar waar je het óók lekker onbezorgd 's avonds een biertje kan drinken met vrienden. De meeste kroegen in het centrum gaan veel te vroeg dicht of zijn ongezellig. Bovendien hebben ze een open haard bij Barlow. Dat is voor mij nostalgie; in mijn ouderlijk huis in Naarden hadden we dat ook.

Het Plein is het leukst op vrijdagmiddag, als al die ministeries hier hun vrijdagmiddagborrel houden. Leuk om te zien hoe de werknemers van verschillende ministeries er verschillende mores op na houden. In de ene tent staan ze allemaal met hun jasje uit, maar hebben ze nog hun dasje om; in de volgende hebben ze hun dasje afgedaan maar hebben ze hun jasje nog wel aan. Naarmate de tijd vordert, gaan de verschillende ambtenaren door elkaar heen lopen en ontstaat er een heel gezellige afmosfeer. Dat is een prachtig schouwspel.

Ik ken ook eigenlijk geen andere steden waar de zakenwereld en het uitgaansleven zich zo nonchalant met elkaar vermengen. In Amsterdam heb je één kroeg op de Zuidas waar al die accountants op vrijdagmiddag heen gaan; daar komen normale mensen niet. Maar in Den Haag is het anders. Hagenezen zijn open mensen; die beperken zich niet tot hun eigen bubble, daar houden ze niet van.”