'Den Haag had de hoofdstad kunnen zijn'

'Den Haag had de hoofdstad kunnen zijn'


Weinig inwoners kennen Den Haag zo goed als Rob Andeweg (1959). Dat kan ook haast niet anders, want al jarenlang organiseert hij samen met Fred Zuiderwijk op ludieke wijze rondleidingen door de stad. Het Rondje Den Haag werd bekroond met verschillende prijzen. Zijn favoriete plek in Den Haag: de Haagse Toren.

De Haagse Toren is het kenmerk van Den Haag, vindt Rob. “Heel lang geleden zat ik in militaire dienst – ik was tankschutter – en dan kwam je na een paar weken weer terug uit Amersfoort”, herinnert hij zich. “En hoe dichter je bij de stad kwam, hoe leuker het werd. Uiteindelijk zag je hét punt: de Haagse Toren. Die zag je vanuit de verte. Toen hadden we nog niet die nieuwe ministeries. Dan kreeg je het echt het gevoel: we zijn weer thuis! De Haagse Toren was altijd aan de horizon het punt van herkenning.”

Rob Andeweg.jpg

Rob heeft hoogtevrees, dus hij wil niet naar boven. “Maar buiten dat: weet je wat voor pokkeneind het naar boven is? Weet je hoeveel treetjes? Mooi…” Hij heeft twee à drie keer de toren beklommen. “Dat is meer dan genoeg. Het is echt een stukkie omhoog en er zit geen lift in of zo. Daarna gingen we altijd een bakkie doen bij Florencia.”

“Als je met mensen bij de Haagse Toren afspreekt, dan moet je wel erbij zeggen dat het in de Torenstraat is. Want anders staan ze bij het Strijkijzer”, weet Rob uit ervaring. “Het is ons dit jaar nog overkomen. Die hadden zich dus allemaal verzameld bij die andere Haagse Toren. En ik had er nog bij gezegd: de kerk. Maar goed, dat terzijde.”

De Haagse Toren wordt zelfs in liedjes genoemd. Zo heeft Dolf Brouwers er nog een lied over geschreven: Daar bij die Haagse Toren. Rob: “Wat de Westertoren is voor Amsterdam, is voor ons de Haagse Toren. Maar dan nog veel belangrijker natuurlijk. Het is gewoon je herkenningspunt.”

Haagse humor

De Haagse humor moet voor altijd bewaard blijven, vindt Rob. Maar hoe definieert hij de Haagse humor? “Dat kan ik niet omschrijven, dat is gewoon leuk”, zegt hij op zijn typische toon.

Wie aan Haagse humor denkt, denkt aan Haagse Harry en aan zijn geestelijk vader, Marnix Rueb. “Haagse Harry, dat is de Hagenees. We zien er gelukkig niet allemaal hetzelfde uit, maar ongeveer wel. Marnix is natuurlijk heel belangrijk geweest in het landelijk neerzetten van de Hagenees, van de manier waarop er van buiten naar ons wordt gekeken. Dus hij heeft Den Haag wel heel populair gemaakt met zijn boeken en strips. Hij heeft Den Haag op een leuke manier in de spotlights gezet, met een knipoog. Wat ook uit Marnix is voortgekomen is het Haags dictee. Het is een lastige taal – het is geen eens een dialect, het is een taal en dat zou erkend moeten worden. Maar hij deed dat vlekkeloos. Dus buiten de persoon Haagse Harry heeft Marnix ook de Haagse taal uitgewerkt. Dat is fantastisch. Hij was echt een meester.”

Over meesters gesproken: Rob noemt vervolgens de naam Dolf Brouwers, een operazanger en komiek. “Dolf Brouwers was een fenomeen. Ik ben heel trots dat ik dingen met hem heb mogen doen. En ik heb de eer gehad om de Dolf Brouwers Trofee in het leven te roepen, de Gouden Burger. In de gemeente vonden ze hem wel een beetje ordinair, daarom kreeg hij geen onderscheiding. Terwijl iedereen hem kende. Hij is vijftig jaar lang operazanger geweest.”

Omdat Dolf Brouwers geen onderscheiding kreeg, heeft Rob de toenmalige burgemeester van Den Haag, Wim Deetman, aangeschreven om de Gouden Burger in te stellen. Deetman heeft de prijs vervolgens aan Dolf Brouwers uitgereikt. Rob: “Het toeval wil dat ik hem nu zelf ook heb gewonnen, maar dat vind ik teveel eer, want ik heb hem zelf bedacht. Het leukste is: de eerste trofee die Anouk kreeg, was de Dolf Brouwers Trofee. Toen stond ze precies die zaterdag op nummer één met Nobody’s Wife en toen kreeg ze in Houtrust van mij de Dolf Brouwers Trofee. Dat ding staat nog op haar kledingkast”, vertelt Rob.

Hoofdstad

“Den Haag heeft alles. Wij hebben het strand, de zee, de bossen, de parken. We zijn een stad van vrede en recht, ministeries, politiek, het koningshuis, we hebben jullie. Alles zit hier gewoon. En ADO – moeten we niet onderschatten. Je hebt hier zo’n diversiteit; er is geen stad in Nederland die diversiteit heeft zoals wij dat kennen. Het onderscheidt zich daarmee ten opzichte van iedere stad. Er is geen stad die een oud historisch centrum heeft, die bossen heeft, de bijna-meeste stadsparken van Nederland heeft, alsook de duinen en de zee heeft. Noem maar een stad; er ligt er geeneen aan zee.”

“Den Haag is de muziekstad van Nederland. De grootste bands komen toch uit Den Haag. Met alle respect voor de andere steden, maar die hebben niets in te brengen. De hele streek hier was heel muzikaal, maar zeker Den Haag.”

“Den Haag had ook de hoofdstad van Nederland kunnen zijn, want hier zit alles. We zijn de residentie, het politieke centrum, de belangrijkste stad in de wereld op het gebied van vrede en recht. We beseffen eigenlijk vaak niet hoe belangrijk Den Haag is. Dadelijk is het gewoon de metropool van de wereld. Dat is niet Rotterdam, Amsterdam, ’s-Hertogenbosch of Groningen”, zegt hij serieus. Hij voegt snel een grap toe: “Je kent toch onze uitspraak: als een Amsterdammer naar Den Haag toe komt, moet hij eerst over Leiden?”

Terug naar Den Haag

“Tijdens mijn laatste officiële huwelijk woonde ik in de haven op Scheveningen. Dat gebouw ging plat. Toen moest ik ergens gaan wonen. Toen zeiden mijn schoonouders: ‘Kom bij ons wonen’. Mijn ex – daarom is het ook mijn ex – wilde graag op het Koningin Julianaplein in Voorburg wonen. Dat is net over de grens met Den Haag. Binnen een dag had ik een huis geregeld, toen ben ik daar gekomen en daar zit ik nog steeds. Maar ik kom weer terug naar de stad!”, belooft Rob.

“Ik ben nog aan het rondkijken. Het is natuurlijk mijn stad. Ik adem Den Haag. Maar godzijdank kijk ik vanaf mijn balkon op de skyline uit. Ik kan het zo aanraken… Het is echt een mooie skyline. Hij mag van mij wel groter worden zelfs. Stukken groter. À la wat ze in Rotterdam hebben. Je ziet van Den Haag nu dat het een goede stad is, weet je wel. En die Haagse Toren, die blijft…”